Hoe controleren we de Azure-inrichting?
Azure-beveiliging voor data vraagt een expliciete scheiding tussen de beheerlaag, gegevenslaag en sleutelbevoegdheid. Een groen encryptievinkje bewijst die verdeling niet. Radorfa controleert Storage-containers, Azure SQL-schema’s of PostgreSQL-databases, data-eigenaren, Azure RBAC-datarollen, Entra-databasegroepen, managed identities, Private Link en DNS, Key Vault-versies, verwijderbeveiliging, diagnostische logs en back-ups.
Daarmee kiest de organisatie welke algemene platformrol, openbare gegevensingang, oude sleutelversie of onduidelijke bewaartermijn als eerste moet worden gecorrigeerd. De proef bewijst de normale gegevenshandeling, weigert een extra dataset, voorkomt dubbele invoer en controleert sleutelwissel plus herstel met aantallen en transacties.
Hoe blijft Azure daarna beheersbaar?
Nieuwe datasets krijgen bij inrichting een eigenaar, afzonderlijke beheer- en datarechten, private ingang, Key Vault-keuze, logbron, bewaartermijn en herstelcontrole.