Wanneer werkt de maatregel?
Koppel de vereiste authentication strength aan risiconiveau en app; een geregistreerde methode bewijst nog niet dat de bedoelde resource hem afdwingt. Pilot per persona en deviceplatform, bescherm privileged roles strenger en houd emergency access bewust onafhankelijk. Policies krijgen state, include/exclude, authentication strength, sessioncontrol, report-only bewijs, rolloutwave, stopcriterium en terugweg.
SMS of push wordt niet als phishingbestendig beschreven wanneer de officiële capability dat niet ondersteunt. Controleer sign-inlog, authentication details, Conditional Access-resultaat, resource access, herstelpad en servicedeskhandoff. Bewaar policy-ID, method-ID, veilige testgegevens en acceptatie. Gebruik een authenticationledger met identitypersona, method, registration, strength, resource, Conditional Access-policy, exception, test en recovery.
Methoderegistratie, authentication strength, resource-enforcement en accountrecovery zijn vier losse beveiligingslagen met afzonderlijk bewijs. De rolloutmatrix voorkomt dat sterke authenticatie alleen op papier bestaat. Per persona wordt vastgelegd welke methode kan worden uitgegeven, op welk apparaat zij werkt, wie herstel mag uitvoeren en welke applicatie daadwerkelijk step-up verlangt.
Wat doen we bij een afwijking?
Een methode wordt pas breed uitgerold na een geslaagde denytest met ongeschikte factor. Ook uitgifte, verlies en herstel horen bij het ontwerp. Voor brede invoering testen we gewone medewerkers, beheerders en een gecontroleerde noodroute. De controle voor phishingbestendige toegang koppelt Microsoft 365, het praktijkscenario en de veilige herstelroute aan elkaar.
Zo blijft bij phishingbestendige toegang duidelijk wat wordt beschermd en hoe herstel wordt bevestigd.